KarooAtlas

Berekeningsmethodologie

Dit document beschrijft hoe KarooAtlas broeikasgasemissies berekent en rapporteert. Het is bedoeld voor organisaties die de KarooAtlas-output gebruiken voor interne rapportage, PCAF-gerelateerde bankfinanciering of CSRD/VSME-compliance.

Versie 1.0 · Juli 2026 · Karoo IT Consulting

1. Gevolgde standaard

GHG Protocol Corporate Standard

KarooAtlas volgt het GHG Protocol Corporate Accounting and Reporting Standard (World Resources Institute & WBCSD, 2004, herziene editie). Dit is de meest gebruikte internationale standaard voor het meten en rapporteren van broeikasgasemissies op organisatieniveau, en vormt de basis voor ISO 14064-1, VSME B3 (EFRAG) en de PCAF-methodologie.

  • Scope 1: directe emissies uit bronnen die door de organisatie worden gecontroleerd
  • Scope 2: indirecte emissies uit ingekochte elektriciteit, warmte of stoom
  • Scope 3: overige indirecte emissies in de waardeketen (upstream + downstream)

2. Emissiefactorenbronnen

DEFRA 2025UK Government GHG Conversion Factors (DEFRA/DESNZ)

Gepubliceerd jaarlijks door het Britse Department for Energy Security and Net Zero. KarooAtlas gebruikt de editie 2025 voor alle activity-based berekeningen:

  • Scope 1: brandstoffen (diesel, benzine, LPG, CNG, LNG, aardgas), koelmiddelen (F-gassen)
  • Scope 2: elektriciteitsverbruik (NL gridgemiddelde: 0,27 kgCO₂e/kWh)
  • Scope 3 activity-based: zakelijke reizen (vluchten, trein, auto per km), hotel, vracht

DEFRA-factoren zijn gebaseerd op volledige levenscyclusdata per energiedrager, inclusief winning, raffinage en transport (well-to-wheel voor voertuigbrandstoffen).

EXIOBASE 3.10.2Multi-Regional Input-Output model (2020)

EXIOBASE is een wereldwijd Multi-Regional Input-Output (MRIO) model dat economische stromen tussen 49 landen en 163 sectoren beschrijft. KarooAtlas gebruikt versie 3.10.2 (referentiejaar 2020) voor spend-based Scope 3-berekeningen.

De emissiemultipliers worden berekend via de Leontief-inverse methode: voor elke sector wordt de totale ketenuitstoot bepaald (directe + alle upstream toeleveranciers), uitgedrukt in kgCO₂e per EUR finale vraag. Formule:

A = Z / x          (technische coëfficiënten)
L = (I - A)⁻¹      (Leontief-inverse)
f = F_ghg / x      (directe intensiteit)
m = f · L          (totale ketenintensiteit, kgCO₂e/EUR)

GHG-stressoren: CO₂, CH₄, N₂O, SF₆, HFC, PFC — gewogen met GWP100 AR5 (IPCC). Biogene CO₂ wordt conform GHG Protocol-conventie buiten de hoofdtotalen gehouden.

3. Berekeningsmethoden per scope

Scope 1 — Directe emissies

Activity-based methode. Primaire fysieke activiteitsdata (hoeveelheid × eenheid) wordt vermenigvuldigd met een brandstofspecifieke DEFRA-emissiefactor:

  • Brandstofverbruik: litre of m³ × kgCO₂e/litre of kgCO₂e/m³ (DEFRA)
  • Voertuigkilometers: km × kgCO₂e/km per voertuigtype en brandstoftype (DEFRA)
  • Koelmiddelen: kg bijgevuld × GWP₁₀₀ (AR5) per koelmiddeltype (DEFRA Blends)

PCAF datakwaliteitsscore: 2 (energieverbruik) of 3 (voertuigkilometers).

Scope 2 — Indirecte energie-emissies

Locatiegebaseerde methode conform GHG Protocol Scope 2 Guidance. Elektriciteitsverbruik (kWh) wordt vermenigvuldigd met de landspecifieke netgemiddelde emissiefactor:

  • Nederland: 0,27 kgCO₂e/kWh (DEFRA 2025)
  • Europa gemiddeld: 0,23 kgCO₂e/kWh (DEFRA 2025)
  • Wereld gemiddeld: 0,44 kgCO₂e/kWh (DEFRA 2025)

Marktgebaseerde Scope 2 (met Garanties van Oorsprong) is nog niet geïmplementeerd. PCAF datakwaliteitsscore: 2.

Scope 3 — Waardeketenemissies

Twee methoden worden gecombineerd op basis van beschikbare data per regelitem:

  1. Activity-based (voorkeur): wanneer een regelitem een herkende fysieke eenheid heeft (km, passenger.km, room per night), wordt een DEFRA-specifieke factor gebruikt. PCAF score 3.
  2. Spend-based via EXIOBASE: het EUR-bedrag van een factuurregelitem wordt vermenigvuldigd met de EXIOBASE Leontief-multiplier voor de sector van de leverancier (bepaald via NACE-code → sector_mapping → exiobase_ghg_multiplier). PCAF score 4.

Wanneer geen sector gevonden wordt: generieke fallback 0,43 kgCO₂e/EUR (PCAF score 5). Scope 3-categorieën (Cat 1–8) worden automatisch toegewezen op basis van NACE-code en regelomschrijving.

4. PCAF datakwaliteitsscores

KarooAtlas wijst per emissiebron automatisch een PCAF datakwaliteitsscore toe conform de PCAF Global GHG Accounting and Reporting Standard:

ScoreBeschrijvingKarooAtlas-methode
1Geverifieerde eigen emissiesLeveranciers-PCF (extern geverifieerd)
2Primaire energieverbruiksdata + specifieke factorDEFRA activity-based: kWh, litre, m³, kg koelmiddel
3Primaire activiteitsdata + specifieke factorDEFRA activity-based: km, passenger.km, room per night
4Omzet × sectorgemidd. emissiefactor (spend-based)EXIOBASE Leontief spend-based per NACE-sector
5Generieke proxyFallback 0,43 kgCO₂e/EUR (geen sector gevonden)

De gewogen gemiddelde PCAF-score over de volledige GHG-inventaris wordt gerapporteerd in het rapport. Een lagere score betekent hogere datakwaliteit.

5. GWP-standaard

KarooAtlas gebruikt GWP100 conform IPCC AR5 (Fifth Assessment Report, 2013) voor het omzetten van niet-CO₂-broeikasgassen naar CO₂-equivalenten:

1

kgCO₂e/kg CO₂

28

kgCO₂e/kg CH₄

265

kgCO₂e/kg N₂O

23.500

kgCO₂e/kg SF₆

HFC- en PFC-verbindingen zijn reeds uitgedrukt in kg CO₂e in de DEFRA- en EXIOBASE-factoren (geen extra conversie nodig). Biogene CO₂ (CO₂_bio) wordt conform GHG Protocol-conventie buiten de hoofdtotalen gehouden en apart gerapporteerd.

6. Organisatiegrens (consolidatieaanpak)

De organisatiegrens bepaalt welke emissiebronnen tot de rapporterende organisatie worden gerekend. KarooAtlas ondersteunt de drie consolidatieaanpakken zoals gedefinieerd in het GHG Protocol:

Aandeel eigendom/ Equity share

Bij de aandeel-eigendom-aanpak verantwoordt een organisatie de broeikasgasemissies van activiteiten naar rato van haar eigendomsaandeel. Het eigendomsaandeel weerspiegelt het economisch belang: de mate waarin een organisatie recht heeft op de risico's en voordelen van een activiteit.

Under the equity share approach, a company accounts for GHG emissions from operations according to its share of equity in the operation. The equity share reflects economic interest, which is the extent of rights a company has to the risks and rewards flowing from an operation.
Financiële controle/ Financial control

Bij de financiële-controle-aanpak verantwoordt een organisatie 100% van de broeikasgasemissies waarover zij financiële controle heeft. Zij verantwoordt geen emissies van activiteiten waarin zij een belang heeft maar geen financiële controle uitoefent.

Under the financial control approach, a company accounts for 100 percent of the GHG emissions over which it has financial control. It does not account for GHG emissions from operations in which it owns an interest but does not have financial control.
Operationele controle/ Operational control

Bij de operationele-controle-aanpak verantwoordt een organisatie 100% van de broeikasgasemissies waarover zij operationele controle heeft. Zij verantwoordt geen emissies van activiteiten waarin zij een belang heeft maar geen operationele controle uitoefent.

Under the operational control approach, a company accounts for 100 percent of the GHG emissions over which it has operational control. It does not account for GHG emissions from operations in which it owns an interest but does not have operational control.

Bron: GHG Protocol Corporate Value Chain (Scope 3) Accounting and Reporting Standard, World Resources Institute & World Business Council for Sustainable Development (WBCSD), april 2013.

7. Bekende beperkingen

  • Geen externe verificatie: KarooAtlas-rapporten zijn niet extern geverifieerd. Voor PCAF Score 1 is assurance door een geaccrediteerde partij vereist.
  • Scope 2 locatiegebaseerd: de marktgebaseerde methode (met Garanties van Oorsprong) is nog niet geïmplementeerd.
  • EXIOBASE-referentiejaar 2020: de sector-emissiemultipliers zijn gebaseerd op het basisjaar 2020. Voor recentere jaren zijn geen herziene EXIOBASE-publicaties beschikbaar.
  • Volledigheid Scope 3: de berekening is afhankelijk van de volledigheid van de aangeleverde leveranciersfacturen. Niet-gefactureerde emissies zijn niet meegenomen tenzij ingevoerd via de directe activiteitsinvoer.